Meteen naar de inhoud
Woningverkopen24.nl

Begrippenlijst

A

A++++ – hoogst haalbare score van het energielabel

A-locaties – A-locaties zijn de hoofdwinkelgebieden in de centrum van een stad. Deze locaties worden vaker bezocht dan bijv. B- of C-locaties. De huurprijs per m2 is dan ook hoger dan deze op B- of C-locaties.

Aankoopadvies – advies gegeven door een aankoopmakelaar m.b.t. een woning

Aankoopmakelaar – een aankoopmakelaar helpt een zoekende partij bij het vinden van een geschikte woning

Aanvangshuur – de aanvangshuur is de kale huurprijs die in het huurcontract staat bij aanvang van het huurcontract

Actief beheer – onder actief beheer wordt verstaan dat je als eigenaar zelf actief onderneemt m.b.t. je beleggingspand(en). Denk hierbij aan zelf het onderhoud doen. Let op dat je inkomsten in zo’n geval wel vallen onder Box 1: Inkomensbelasting.

Actuele waarde(huis) – hierbij doelt men op de intrinsieke(ofwel; marktwaarde) van een woning

Aflossen hypotheek – het afbetalen van de hypotheekschuld aan de hypotheekverstrekker

Aflossingsvrij – een aflossingsvrije hypotheek is een hypotheek waarbij je tot aan de einddatum alleen rente betaalt

Afsluitkosten – de kosten die komen bij het afsluiten van een hypotheek en/of verzekering

Akte van levering – zie: Leveringsakte

Annuïteitenhypotheek – bij een annuïteitenhypotheek betaal je elke maand hetzelfde bedrag. Dit bedrag wordt annuïteit genoemd. Het voordeel hiervan is dat je in het begin voornamelijk (aftrekbare)rente betaalt en aan het eind van de looptijd voornamelijk af gaat lossen.

Antikraak – antikraak huren is een manier van verhuur waarbij je huurders voor een lager tarief laat wonen in een pand dat leeg staat en binnenkort gesloopt zal worden

Asset – een Engelse term die staat voor goederen die elke maand geld(cashflow) opleveren

B

B-locatie – winkelgebieden op B-locaties bevinden zich op een minder gunstige plek dan die op A-locaties, maar toch op een betere plek dan C-locaties. Rondom B-locaties zijn er vaak aanvoerroutes te vinden die leiden naar het centrum van de stad (A-locaties)

Bankgarantie – het bedrag dat tussen het ondertekenen van de koopovereenkomst en het werkelijke voldaan van de volledige koopsom wordt vastgehouden op de rekening van de koper als ‘garantie’ dat de koop doorgaat

Bedenktijd – de bedenktijd die je hebt na het ondertekenen van de koopovereenkomst bij de aankoop van een woning(gewoonlijk 3 dagen)

Bedrijfsbestemming – bestemmingsfunctie van een pand wat betekent dit pand bestemd is voor bedrijvigheid(en dus niet om te wonen o.i.d.)

Bedrijfsmakelaar – een makelaar die zich specialiseert in bedrijfsmakelaardij

Bedrijfsonroerendgoed – vastgoed bestemd voor zakelijke doeleinden zoals bedrijfs- of kantoorruimte, winkelruimtes en bedrijfspanden

Bedrijfsverzamelgebouw – een groot complex waar vaak meerdere bedrijven gevestigd zijn

Beleggingshypotheek – een hypothecaire lening bestemd voor de investering(belegging) in beleggingspanden of andere beleggingen zoals aandelen

Beleggingspand – beleggingspanden zijn woningen, winkels, kantoren en bedrijfsruimtes die voorheen opgekocht zijn door vastgoed handelaren, (pensioen)fondsen of holdings en actief verhuurd worden

Bestemmingsplan – de functie van een bepaald gebied binnen het bestemmingsplan van de gemeente. Dit kan een functie zijn als werkgebied, woongebied, groengebied of verkeergebied

Bijgebouw – een gebouw dat volledig los staat van de hoofdgebouwen. Denk hierbij aan een loods, schuur, kantoor of garagebox

Boeterente – boeterente is de som aan rente-inkomsten dat de bank mis is gelopen omdat er een verandering in rente heeft plaatsgevonden tijdens het oversluiten van de ene bank naar de andere.

B.O.G. – bedrijfsonroerend goed

Borgstelling – de borgstelling dient als onderpand van een lening. Dit is in het vastgoed meestal het pand of de woning zelf

Bouwplan – Beschrijving van hoe iets gebouwd gaat worden

Bouwgrond – grond waar je, wettelijk gezien, op mag bouwen

Bouwkundig rapport – een rapport waarin alle relevante informatie over de conditie van het gebouw, de gebreken van de bouwkundige onderdelen en alle kosten omschreven staan

Bouwtechnische keuring – een onderzoek naar de algehele staat van een pand

Bouwvergunning – voor bouwplannen waarbij er sprake is van verbouw, uitbouw, renovatie of het schilderen van bijv. de gevel moet er een bouwvergunning aangevraagd worden

Box 1 – belastbaar inkomen uit werk en woning. Hierbij hoort salaris uit werk en winst uit onderneming. Ook beleggers die actief ‘ondernemen’ m.b.t. de verhuur van woningen worden belast in Box 1

Box 3 – belastbaar vermogen. Hierbij betaal je belasting over je vermogen indien deze hoger is dan de heffingsvrije grens van € 50 000,- alleenstaand of € 100 000,- met fiscaal partner

Bruto vloeroppervlakte(BVO) – de totale vloeroppervlakte van alle ruimtes waarbij ook de trap, gangruimte e.d. mee wordt genomen

Bruto Aanvangsrendement – het bruto aanvangsrendement(BAR) is een procentueel rendementsweergave die de verhouding weergeeft tussen de bruto huur en de totale investering. Je kunt deze uitrekenen door de huuropbrengsten uit het eerste jaar te delen door de totale investering.

Buitenruimte – hieronder vallen o.a. de tuin, het dakterras/balkon en het tuinhuis

C

C-locatie – C-locaties liggen normaliter een stuk verder van het centrum af. Daardoor is de grond en huurprijs ook veel goedkoper dan op een A- of B-locatie. Op C-locaties vind je vaak grote loodsen, bouwmarkten en groothandel

Canon – canon is het bedrag die je als vergoeding betaalt voor een woning of appartement dat op erfpachtgrond is gebrouwd. Deze betaling kan per half jaar of jaar gedaan worden, maar ook is het mogelijk om de erfpacht voor een langere periode of zelfs voor eeuwig af te kopen

Casco pand – een casco pand is een woning in een wind- en waterdichte staat waarbij het hoofdzakelijk alleen uit muren en een dak bestaat. Bij het kopen van een casco pand dien je zelf de afbouw af te maken

Cashflow – cashflow = inkomende geldstroom – uitgaande geldstroom

Commercieel vastgoed – hieronder verstaan we alle aankoop en verkoop van woningen, bedrijfspanden en winkels met als doel de verhuur aan andere partijen

Consumentenprijsindex – de consumentenprijsindex(CPI) geeft de ontwikkeling in de gemiddelde prijs van goederen en diensten weer. Dit wordt gedaan op basis van de jaarlijkse prijsontwikkeling van een samenstelling van goederen en diensten. Dit kun je weer gebruiken om de jaarlijkse huurverhoging in je panden te bepalen

Courtage – courtage is een vergoeding voor de geleverde diensten van een makelaar. Deze komt vooral voor in de vorm van een percentage van het aan-/verkoopbedrag. Of een vast bedrag in het geval van een verhuur dienst waarbij een makelaar een huurder voor de woning heeft gevonden

D

Deelverhuur – verhuur waarbij er meerdere units beschikbaar zijn in hetzelfde pand en op hetzelfde adres

Dekkingswaarde – de dekkingswaarde is een minder risicovol bedrag die de banken doorgaans willen dekken. Deze waarde bedraagt doorgaans zo’n 70% van de executiewaarde(85% van de taxatiewaarde)

Drukte-index – de drukte-index weergeeft de drukte gemeten over de volle breedte van een straat aan d.m.v. het aantal passanten(voetgangers). Een score van 10 op de drukte-index staat gelijk aan een rustig winkelgebied en een score van 100 een extreem druk winkelgebied. A-locaties scoren doorgaans hoog op de drukte-index. C-locaties scoren laag

Duurzaam vastgoed – duurzaam vastgoed zijn de woningen en panden die ontwikkeld zijn met duurzaamheid en klimaatvriendelijkheid in gedachten. Bij duurzame panden is hier rekening mee gehouden gedurende de ontwerpfase van de bouw.

Economische huurwaarde – economische huurwaarde is een waarde gebaseerd op de WOZ-waarde van een pand. Deze waarde wordt vaak gebruikt om te adviseren op de huurwaarde van een pand

Eerste hypotheekrecht – bij afsluiting van een hypotheek op een huis behoudt de bank het eerste hypotheekrecht. Dit betekent dat de bank de hypotheekrecht heeft om het onderpand(het huis) te verkopen via een executieveiling als er sprake is van achterstand van betaling of de eigenaar van het huis de hypotheeklasten niet meer kan dragen.

Eigen middelen – deze term slaat op het eigen geld dat jij als belegger inbrengt bovenop de hypotheek die je afsluit voor een verhuurwoning. Dit is gewoonlijk minimaal 20% van de koopsom

Eigen vermogen – het eigen vermogen is de waarde van alle bezittingen van een natuurlijk persoon verminderd met de waarde van al zijn/haar schulden

Eigendomsbewijs – een door het Kadaster gewaarmerkt bewijsstuk dat aantoont dat je de eigenaar bent van een object/pand

Energie-index – de energie-index bepaald de energiezuinigheid van een woning. De index bepaald door z’n 15 kenmerken hoe energiezuinig een woning of pand is. De score van op de energieindex telt mee voor het bepalen van de maximale huurprijs bij verhuurwoningen

Energielabel – het energielabel geeft de energiezuinigheid van een pand weer. Tegenwoordig is het verplicht om een energielabel aan te vragen wanneer je een pand of woning wilt verkopen(of verhuren). Energielabels gaan van A(groen, zeer zuinig) tot en met G(rood, erg onzuinig)

Energieprestatie – energieprestatie is hetgeen dat berekend word bij een meting van het energielabel(dus de mate van energiezuinigheid)

Erfpacht – als er sprake is van erfpacht, dan heb je als koper alleen gebruiksrecht(oftewel erfpachtrecht), maar blijft de grond met daarop de woning eigendom van de eigenaar

Executieveiling – een executieveiling is de gedwongen verkoop van een vastgoed object door de schuldeiser / hypotheekverstrekker. Dit gebeurt voornamelijk wanneer de eigenaar van het pand de hypotheeklasten voor een lange periode verzuimt te betalen

Executiewaarde – het vastgestelde bedrag van een roerend of onroerend goed bij gedwongen verkoop(executieveiling)

F

Financieringskosten – hierbij worden alle kosten van de financiering zoals de taxatie-, administratie, afsluitkosten en de kosten voor de hypotheekakte bedoelt

Financieringsvoorbehoud – door middel van een financieringsvoorbehoud kan je uit een koopcontract stappen indien er geen hypotheek(financiering) verstrekt wordt

G

Garagebox – een afsluitbare parkeerruimte. Deze bevinden zich meestal in een parkeergarage en kunnen apart worden gehuurd of gekocht.

Grondposities – recht om op een bepaald perceel  grond te mogen ontwikkelen

H

Handelsbank – banken zoals de ING bank, ABN AMRO, SNS en Rabobank. 

Hefboomeffect – Dit gebeurt wanneer je een hoger rendement kan behalen met behulp van geleend geld, dan dat je kan behalen met de rente die je betaald voor de lening.

Herbouwwaarde –  Is het bedrag dat nodig zou zijn om je woning weer volledig op dezelfde wijze op te bouwen. Deze term is opgenomen in de opstalverzekering, en toont aan dat je in geval van brand of andere verwoesting je woning weer kunt herbouwen. 

Herfinancieren – Herfinancieren is het het vervangen van een bestaande lening door een andere lening onder verschillende voorwaarden. Een herfinanciering wordt interessant als je overwaarde hebt opgebouwd of de rente tarieven zijn gedaald. Ook als je meerdere leningen hebt lopen bij verschillende instellingen zou je deze kunnen samenvoegen tot één lening. 

Huishoudelijk reglement – Is simpelweg alle huisregels die binnen een pand gelden. Een verhuurder kan altijd zelf een reglement opstellen voor zijn pand. Het kunnen verschillende regels zijn zoals; huurders die wel of niet mogen roken binnen en of er huisdieren in de woning mogen.

Huurbescherming – Huurbescherming houd in dat je als verhuurder niet zomaar de huur kan opzeggen. Huurders worden zo op verschillende vlakken beschermd, en dit geldt zowel voor zelfstandige als onzelfstandige huurders. Je kunt hierover meer lezen op website van de Rijksoverheid.

Huurcommissie –  Dit is een onpartijdige organisatie die kan bemiddelen tussen de huurder en de verhuurder. Ze kunnen helpen om tot een oplossing te komen en kunnen daarover ook een officiële uitspraak doen. Je kunt bepalen aan de hand van hoeveel huurpunten een woning krijgt of deze in de vrije sector valt of niet. Je kan altijd een check laten uitvoeren bij de huurcommissie, de huurder moet dit wel binnen 6 maanden doen nadat het huurcontract is ingegaan. Na 6 maanden is de afgesproken huurprijs definitief. 

Huurgrens – Een sociale huurwoning heeft een huurgrens. Dit houdt in dat de huurprijs nooit hoger mag zijn dan een bepaald bedrag. Deze is in 2021 vastgesteld op € 752,33.

Huurtoeslag – Een huurder van een sociale huurwoning kan huurtoeslag aanvragen. Dit is een bijdrage van de belastingdienst m.b.t. de huurkosten van een huurwoning. Om in aanmerking te komen voor huurtoeslag moet je wel aan bepaalde eisen voldoen, deze kun je terugvinden op de toeslagen site van de belastingdienst.

Huurindex – Dit is het percentage waarmee de huur elk jaar omhoog gaat, en dit wordt gebaseerd op het CPI (de consumentenprijsindex

Huuropbrengsten Box 3 – Huuropbrengsten vallen normaal gesproken onder Box 3. Als u meerdere diensten verleent zoals bijvoorbeeld de schoonmaak of een kleine verbouwing dan wordt dat gezien als een hoger rendement en valt het onder Box 1 en wordt dit zwaarder belast.

Huurprijs- onder de huurprijs wordt meestal de kale huurprijs per maand of per m2 per jaar verstaan, zonder service of onderhoudskosten.

Huurwaarde – De huurwaarde is het bedrag dat de huurder verschuldigd is  aan de verhuurder als redelijke tegenprestatie voor gebruik van het pand.

Hypotheekrenteaftrek – Als je een hypotheekschuld of een andere schuld hebt, dan mag je de rente die je daarover betaald aftrekken van het inkomen. Als je voldoet aan de voorwaarde.

I

Inboedelverzekering –  Dit is een verzekering tegen schade die de bewoners van een woning aan inboedel op kan lopen. De huurder moet zelf een inboedelverzekering afsluiten.

Inkomensverklaring – Dit is een werkgeversverklaring die zelfstandige ondernemers nodig hebben om een hypotheekaanvraag te doen. Dit is een standaard analyse die wordt gemaakt door een rekenexpert. Er wordt een analyse gemaakt van de afgelopen drie jaar, en een prognose van de cijfers voor het komende jaar.

Inspectie-afspraak – Voordat de overdracht plaatsvindt is het handig om van te voren een inspectie-afspraak te maken met de verkoper. Deze inspectie doe je samen met de verkoper en is bedoeld om ervoor te zorgen dat je niet voor verrassingen komt te staan. 

investeringsaftrek – Je komt in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek als je hebt geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen die erkend zijn door het ministerie. Zo zijn er nog meerdere investeringen die je kan doen waarmee je geld terug kan krijgen van de belastingdienst. Zie Rijksoverheid. 

K

Kadaster –  Het kadaster is een door de overheid opgezet register waarin je kunt vinden waar onroerende zaken geregistreerd staan en welke rechten ervoor gelden.

Kale huurprijs – Dit is de huurprijs van de woning zonder servicekosten en de kosten voor stoffering, gas, water en elektriciteit.

Kamerverhuurvrijstelling – Als particuliere kamerverhuurder betaal je tot aan een bepaalde grens geen inkomstenbelasting. In 2020 was de vrijstelling voor kamerverhuur 5.506. Om van deze vrijstelling gebruik te maken moet je wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zie de website van de Belastingdienst.

Koopakte – In de koopakte staan de gemaakte afspraken tussen de huurder en de verhuurder. Na het tekenen van de koopakte heeft de koper nog drie dagen bedenktijd, dit gaat de dag nadat de koper het contract heeft ontvangen in. 

Koopsom –  De koopsom is de prijs die uiteindelijk betaald wordt voor de woning. En deze is niet altijd gelijk aan de vraagprijs of het taxatierapport. Dit is de prijs die ontstaat na onderhandelingen tussen de verkopende partij en de koper.

Kosten Koper – Dit zijn de kosten die door de koper gemaakt moeten worden om eigenaar te worden van de woning. Deze kosten bestaan onder andere uit de overdrachtskosten, notariskosten voor de hypotheekakte en eigendomsakte. In 2021 ben je ongeveer 10% van de woningwaarde kwijt aan de kosten koper.

Kavel – Een kavel is een relatief klein, samenhangend stuk grond dat een bepaalde vorm van gebruik heeft en meestal is omgeven door een duidelijk herkenbare grens.

L

Leegwaarderatio –  

Liberalisatiegrens – Dit bepaalt of jouw beleggingspand een sociale huurwoning is of in de vrije sector valt. Als de huurprijs aan het begin van de huurovereenkomst lager dan of gelijk aan de toen geldende liberalisatiegrens is, dan is het een sociale huurwoning. Was de huurprijs hoger, dan is zit je in de vrije sector

LTV – Dit staat voor “loan to value” en is de verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en de marktwaarde van de woning. De LTV bepaalt hoeveel procent je van de marktwaarde mag lenen. 

Liquidatiewaarde – De liquidatiewaarde is het bedrag dat een object bij publieke verkoop of geforceerde onderhandse verkoop normaal gesproken zou kunnen opbrengen.

Lineaire hypotheek – Dit houd in dat je iedere maand een vast bedrag aflost plus een variabel bedrag aan rente. Je schuld wordt zo steeds kleiner en daardoor dus ook de rente.

M

Makelaar –  Een persoon die bemiddelt bij de verkoop, aankoop of verhuur van vastgoed. Als je op zoek bent naar een woning kan je daarvoor een makelaar inschakelen die helpt met een woning zoeken en een zo scherp mogelijke aankoop te doen. Ook kan je een makelaar inschakelen om vastgoed te verkopen of te verhuren.

Marktwaarde – Dit de waarde van de woning als het op de vrije markt kan worden verkocht.

Monument – Sommige panden of woningen behoren tot rijksmonumenten of gemeentemonumenten. Koopt u een monument dan moet je weten waar je aan begint, aangezien het veel regelgeving met zich mee brengt.

Milieuschadeverzekering – Als er milieuschade kan ontstaan doordat er bijvoorbeeld asbest aanwezig is in je woning , kan je je hiertegen verzekeren. Tegenwoordig valt milieuschade niet meer onder opstalverzekering en aansprakelijkheidsverzekering.

N

Netto aanvangsrendement – Dit is het netto rendement dat je kan behalen op je beleggingspand. 

Nominale rente – Dit is de rente die de hypotheekverstrekker op jaarbasis met je overeenkomt, los van extra kosten en momenten van betaling.

Notaris – Als je het eens bent geworden over de koopprijs, datum, overdracht en eventuele andere voorwaarde. Dan laat je hiervan een koopcontract opstellen door de notaris. De notaris wordt doorgaans gekozen door de kopende partij.

Notaris kosten – Dit zijn alle kosten die de notaris  berekent voor het opstellen van de hypotheekakte en de overdrachtsakte.

NVM – De Nederlandse Vereniging van Makelaars. Ongeveer 3500 makelaars en 2200 makelaarskantoren hebben zich bij de NVM aangesloten. 

O

Object – Dit is een veelgebruikte vastgoed term. Men bedoelt hiermee een gebouw, bedrijfspand of kantoorruimte. 

Onderhoudsplan – Dit is een plan om het onderhoud in een object goed te regelen.Dit heeft ook fiscale voordelen als je het opneemt in je boekhouding.

Onderhuur – Het verhuren van een woonruimte door een huurder. Dit mag alleen als het contract het toelaat. Als een huurder bijvoorbeeld een gedeelte van het jaar in het buitenland verblijft kan hij zijn woonruimte voor die periode verhuren.

Ondernemersloket – Veel gemeenten hebben een ondernemersloket, hier kunnen ondernemers heen met vragen over bestemmingsplannen, vergunningen en andere zakelijke vragen.

Ondernemersvereniging – Binnen gemeenten zijn vaak ondernemersverenigingen waar je je bij aan kunt sluiten. Zo blijft je op de hoogte van alle ontwikkelingen, trends en eventuele acties in jouw regio.

Onderzoeksplicht – Als koper ben je verplicht om te onderzoeken of er geen gebreken kleven aan hetgeen wat gekocht wordt.

Onroerend goed – Dit zijn goederen die niet verplaatst kunnen worden zoals: gebouwen, huizen, appartementen, winkelpanden en dergelijke.

Onroerende zaakbelasting – Wordt in rekening gebracht door gemeenten aan eigenaren van (bedrijfs-)onroerende zaken. Dit bestaat bij bedrijfshuisvesting uit eigenarenbelasting en gebruikersbelasting.

Ontbindende voorwaarde – Bij aankoop van bedrijfs onroerend goed kan je enkele ontbindende voorwaarden in het koopcontract op laten nemen.

Openbare inschrijving – Potentiële kopers kunnen op een van-te-voren afgesproken datum hun bod uitbrengen bij een notaris of makelaar. 

Oplevering – Dit is het moment waarop de bouw of verbouwing van onroerend goed voltooid is en wordt vrijgegeven aan de nieuwe eigenaar. 

Opleveringsrapport – Dit rapport geeft een nauwkeurig beeld van de status van het pand. Zo kan je precies zien welke zaken niet in orde zijn.

Opstalverzekering – Een opstalverzekering zorgt voor dekking tegen brand-, water of stormschade. Ook dekt deze verzekering schade die anderen aan hebben gebracht door bijvoorbeeld met de auto tegen je gevel aan te rijden.

Onder bod – Dit betekent dat de koper en de verkoper een mondelinge overeenkomst hebben gesloten. Het huis is echter nog niet verkocht. Pas wanneer de officiële koopovereenkomst is getekend is het huis verkocht.

Onder optie – Dit is een periode van enkele dagen waarin een potentiële koper de tijd heeft om te beslissen of hij wel of niet het object koopt. Het object mag dan niet verkocht worden aan een andere partij.

Overbruggingskrediet – Tijdelijk krediet dat je kan aanvragen bij het overgaan naar een nieuw pand, vanwege eventuele dubbele kosten.

Onzelfstandige woonruimte – De woning heeft geen eigen voordeur. Voorzieningen zoals keuken en toilet worden door meerdere huurders gebruikt.

Overdrachtsakte – Dit is een akte die de notaris opmaakt bij de koop en verkoop van onroerend goed. In de overdrachtsakte wordt de eigendomsoverdracht van een woning vastgelegd van de verkoper naar de koper.

Overdrachtsbelasting – Dit betaal je over alle onroerende goederen die je koopt of krijgt. Bekijk de site van de  belastingdienst voor meer informatie.

Overwaarde – Er is sprake van overwaarde, als het object in waarde hoger is dan de restschuld van de hypotheek.

Oversluiten – Als je je  huidige hypotheek vervangt door een bedrijfshypotheek is er sprake van oversluiten.

OZB – Dit is de onroerendezaakbelasting, wat je hiervoor betaald verschilt per gemeente. Het is een percentage van de WOZ waarde van het object. 

P

Pachten – Met pachten wordt ook wel het huren van een bepaald stuk grond/eigendom bedoeld. 

Pandbeheer – Een derde partij neemt het beheer van een object/pand over.

Passief beheer – Wanneer een natuurlijk persoon investeert in onroerend goed en hier de huur van ontvangt en verder alleen de vaste lasten betaald. 

Pantry – Dit is een kleine bijkeuken of keuken.

Perceeloppervlakte – Dit is de totale oppervlakte van het perceel waarop het object staat.

Passiva –  Worden bij het boekhouden ook wel lasten genoemd. Dit zijn goederen die passief zijn en dus geen inkomsten opleveren.

Puntensysteem – Aan de hand van een zogenaamde puntentelling, kan je bepalen hoeveel huur er gevraagd mag worden. Hoe meer punten de woning heeft, hoe hoger de maximale huurprijs. Dit geldt echter wel alleen voor sociale huurwoningen en dus niet voor woningen in de vrije sector.

Provada – Dit is de grootste en bekendste vastgoedbeurs van Nederland. Ieder jaar in juni organiseert Provada een beurs met alle nieuwe ontwikkelingen in de vastgoedsector. 

Prijs per m2 – Dit bedrag wordt bepaald door de locatie (ligging) van het object, door het onderhoud en het energielabel.

R

Recreatiewoning – Dit zijn woningen die je kunt huren of kopen om de vakantie of vrije tijd in door te brengen. In Nederland mag je meestal niet permanent in een recreatiewoning wonen, dit verschilt per gemeente.

Real estate – Dit is de Engelse benaming voor vastgoed of onroerend goed. 

Rechtsbijstandverzekering – Je kunt ervoor kiezen om een rechtsbijstandverzekering te nemen en hier kan je gebruik van maken als je een huurconflict hebt, maar ook bij andere juridische conflicten. 

Rentevaste periode – Dit is de afgesproken periode dat de rente gelijk blijft. De periode die je vast kan zetten verschilt per hypotheek en per object. Over het algemeen geldt dat hoe korter de rentevaste periode hoe lager de rente, en andersom ook. 

Rentabiliteit – Banken en andere geldverstrekkers kijken bij financiering van uw bedrijfshuisvesting ook naar de rentabiliteit. Dit geeft de cashflow van ondernemers weer.

Rentevoorstel – Dit is een aanbod van de hypotheekverstrekker. Het uitgebrachte voorstel moet definitief zijn en kan dan dus niet meer veranderd worden door de hypotheekverstrekker. Klopt het hele rentevoorstel dan kan je het ondertekenen en terugsturen.

Renteherziening – Na 5 of 10 jaar ontvang je van je hypotheekverstrekker een rente na afloop van de vaste renteperiode. Dit heet de renteherziening.

Residentieel vastgoed – Dit is al het vastgoed waar mensen in wonen.

Rentetarieven – In de huizenmarkt staan de rentetarieven doorgaans vast. In de zakelijke markt is dit niet zo, en wordt de rente gebaseerd op de risico’s die het bedrijf met zich meebrengt.

Return on investment – Dit geeft het rendement in een bepaalde investering aan. Deze term wordt ook wereldwijd gebruikt.

Rentmeester – Een rentmeester is tegenwoordig een vastgoeddeskundige op het gebied van beheer van panden. Vroeger inde de rentmeester alleen maar de pachten van agrarische percelen maar inmiddels dus veel meer.

Roerende goederen – Dit zijn goederen die je kunt oppakken of weghalen uit een gebouw en dus niet zijn vastgemaakt aan een object. Eigenlijk zijn roerende goederen de hele inboedel binnen in een object/pand.

Restschuld – Dit is de nog openstaande hypotheekschuld die nog afgelost moet worden door de hypotheeknemer. 

Royeren – Als de volledige hypotheek is afgelost en alle renteverplichtingen zijn voldaan, kan de hypotheek worden uitgeschreven 

S

Storage – Dit is een term die gebruikt wordt voor opslagruimte die je zelf kan bedienen. Deze ruimtes worden vaak gebruikt voor tijdelijke opslag van vervoersmiddelen of als inboedelopslag.

Service kosten – Dit zijn de kosten die bovenop de kale huurprijs komen. Zoals bijvoorbeeld, kosten voor schoonmaak of tuinonderhoud.

SKG normering – Dit is een onafhankelijke organisatie die o.a beveiligingssloten keurt tegen inbraak. In uw inboedelverzekering kunnen ook verschillende voorwaarden staan, zoals bijvoorbeeld het hebben van een gecertificeerd slot. Als u deze niet heeft en dit wel in de voorwaarde van uw verzekering staat bent u dus niet verzekerd.

Slapende VVE – Dit is een vereniging die wel opgericht is bij de akte van de splitsing, maar niet meer actief is. Deze vereniging is ook niet ingeschreven bij de KVK, en er is geen begroting, balans of exploitatiebegroting. 

Sleutelverklaring – Met een sleutelverklaring heb je nog geen eigenaarsrechten, maar je mag wel het object betreden met toestemming van de verkopende partij. Na overleg met de verkopende partij zou je alvast enkele aanpassingen kunnen maken in het pand.

Splitsingsakte – In deze akte staan de appartements gegevens en de appartementsrechten. 

Dit is belangrijke informatie aangezien je het gebouw gedeeltelijk koopt of huurt.

Solvabiliteit – De solvabiliteit is het eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen. Banken kunnen hieraan zien of u voldoende aan uw financiële verplichtingen kan voldoen.

Stille verkoop –  Een verkoopwijze waarbij de verkoop of verhuur woning niet bekend is bij het grote publiek. Er worden dus geen advertenties geplaatst en de de woning staat ook niet op een website. Vaak wordt de woning verkocht aan een selecte groep mensen.

Spaarhypotheek – Een hypotheekvorm waarbij de aflossing plaatsvindt door middel van een gemengde levensverzekering en waarbij de vergoeding over een berekening van de spaarpremie bepaald wordt door de hypotheekrente.

T

Taxateur –   De taxateur bepaald objectief de waarde van uw pand. Deze persoon maakt hier een taxatierapport van die je kan gebruiken voor een aankoop of verkoop van een pand.

Taxatiekosten – Deze kosten bedragen doorgaans een promillage van de getaxeerde waarde met een minimum en een maximum bedrag. Hierdoor zijn de taxatiekosten vrij nauwkeurig te berekenen.

Taxatierapport – Hieruit blijkt wat de waarde is van je object, en dit heb je ook nodig wanneer je een hypotheek wilt aanvragen.

Transportakte – Notarissen stellen een transportakte op bij overdracht van onroerend goed.

Transportakte – Dit zijn de kosten die verbonden zijn aan de transportakte.

Turn key opgeleverd – Als dit is aangegeven bij onroerend goed, houdt dat in dat het object helemaal kant en klaar wordt opgeleverd.

U

Uitponden – Dit is het verkopen van huurwoningen die leeg staan. Vaak krijg je voor woningen die leeg staan meer geld dan voor woningen waar al een huurder in zit.

Utiliteitsgebouw – Dit staat voor nieuw te bouwen vastgoed zonder woonbestemming.

V

Vastgoed Hypotheek – Dit is een speciale hypotheekvorm die geschikt is voor de aanschaf verhuurd vastgoed of vastgoed dat u wilt gaan verhuren.

Variabele rente – De variabele rente staat niet vast, en is afhankelijk van de actuele rentetarieven. In veel gevallen is dit ook goedkoper dan een vaste rente.

Vastgoed holding – Dit is een B.V. waar alle vastgoedobjecten onder vallen.

Vastgoed splitsen – Vastgoed splitsen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld een pand opdelen in meerdere appartementen. Door het splitsen van panden kan de waarde van een perceel verhoogd worden en levert het geheel natuurlijk meer op.

Vastgoed ontwikkeling – Dit is de ontwikkeling die zowel kwalitatief als financieel in een vastgoedobject zit. 

Vastgoedpartij – Dit is een bedrijf of particulier die handelt in commercieel vastgoed.

VBO – Dit staat voor vereniging van Bemiddeling Onroerend Goed. Het is een organisatie die al sinds 1985 bestaat en is bedoeld voor makelaars in onroerend goed.

Veiligheidsmonitor – Dit geeft aan hoeveel criminele feiten zoals inbraak en diefstal er per gemeente en wijk zijn gepleegd. De verzekeringsmaatschappij baseert daar ook op hoe hoog de premie van de inboedelverzekering wordt.

Vergunningen – Raadpleeg je gemeente om de nodige vergunningen aan te vragen. Bijvoorbeeld voor een bouwvergunning of gebruiksvergunning.

Verontreinigde grond – Als uw grond erg vervuilt is kan dit ernstige problemen met zich meebrengen. De kosten voor bodemsanering zijn namelijk erg hoog en vaak langdurig. 

Verpanding – Dit is een manier om als schuldeiser toch de openstaande schuld te ontvangen. Het is namelijk het overdragen van een recht aan een ander, en dit kan met verschillende dingen gedaan worden. In de hypotheekakte staat welke goederen als onderpand gelden.

Verzamelgebouw – In een verzamelgebouw zitten meerdere bedrijven in één pand. Vaak worden verschillende faciliteiten zoals parkeerplaatsen en vergaderruimtes ook gedeelt.

Vestigingsklimaat – Dit geeft aan hoe aantrekkelijk het is als ondernemer om op een bepaalde locatie een vestiging te open. Dit wordt bepaald door onder andere de infrastructuur in een bepaald gebied en het opleidingsniveau.

Vide – Dit is open verdieping zonder etagevloer. Bijvoorbeeld een entresol of liftschachten.

Virtuele bezichtiging – Mensen die geïnteresseerd zijn in een woning of pand kunnen door middel van een 360 graden foto veel zien van het object. Dit bespaard heel veel tijd en je kan elk hoekje van de ruimte zien.

Vloerbelasting – De vloerbelasting wordt vaak uitgedrukt in kg per m2, de verhoudingen verschillen per type vloer. U zou dus zelf moeten berekenen hoeveel kg uw vloer aan kan.

Vloeroppervlakte – Dit bestaat uit de oppervlakte die het object heeft, en wordt doorgaans uitgedrukt in m2.

Voorlopige dekking – Tijdens de voorlopige dekking bent u verzekerd volgens de voorwaarden die in de voorwaarden staan. En geld in de periode van acceptatie en de definitieve aanvraag van uw verzekering.

Vraagprijs – De vraagprijs is de prijs die door de verkoper aan zijn object wordt gelinkt, deze ligt meestal net iets boven de marktwaarde.

Vrije verkoopwaarde – dit is de waarde die uw object oplevert wanneer het op de vrije vastgoedmarkt wordt verkocht.

Vrij op Naam – VON houd in dat alle koopkosten zoals notariskosten, BTW en makelaarskosten inbegrepen zijn bij de koopprijs van het object.

Vereniging van eigenaren – Dit is een rechtspersoon die de gemeenschappelijke belangen van appartementseigenaren behartigt. Deze persoon zorgt ook voor het beheer over de gemeenschap en voor de naleving van de regels.

Vermogensbelasting – Dit is wat je betaald over je totale vermogen, je schulden kan je wel hier vanaf trekken. Je vermogensbelasting valt in box 3 en daar betaal je vermogensrendementsheffing over. 

Vrije sector – Dit is eigenlijk een woning huren boven de sociale huurgrens, de huurder komt dan ook niet in aanmerking voor huurtoeslag. 

W

Waarborgsom – Een aanbetaling die wordt gedaan aan de notaris nadat de voorlopige koopakte is getekend. Dit bedrag komt veelal overeen met het boetebedrag die betaald moet worden als de koper zijn/haar verplichtingen niet nakomt

Waarde in verhuurde staat – Hierbij wordt bedoeld de waarde van een beleggingspand wanneer deze in verhuurde staat verkocht wordt. Oftewel; met huurders die een lopend huurcontract hebben. Deze verhuurde woningwaarde is ongeveer 80% van de woningwaarde van hetzelfde pand in lege staat

Winkeliersvereniging – Een vereniging van winkeleigenaren waarin er wordt vergaderd over de gezamelijke schoonmaaks- en onderhoudskosten, zowel als acties en marketings-activiteiten

Woonwerkpand – Een combinatie van een woning en een bedrijfspand. Meestal zijn het de startende ondernemers die ervoor kiezen om beide functies van hun bedrijfspand op deze manier te gebruiken om meer vaste lasten te drukken

Woningwaarderingsstelsel – Zie puntensysteem

WOZ-beschikking – In deze beschikking vind je de WOZ-waarde bepaling van je pand of woning. Deze wordt ieder jaar rond januari/februari verzonden door de gemeente

WOZ-Waarde – De zogenaamde Waardering Onroerende Zaken is een waardebepaling van woningen en ander onroerend goed in Nederland. De WOZ is een door de lokale gemeente gegeven geschatte waarde van je pand of woning

Z

Zakelijk vastgoed – Vastgoed met een bestemmingsplan bedoeld voor bedrijvigheid. Voorbeelden hiervan zijn; kantoren, winkelruimtes en bedrijfspanden

Zakelijke hypotheek – Een zakelijke lening die is bedoeld voor het kopen of verbouwen van een bedrijfspand. Deze heeft meestal een looptijd van ongeveer 25 jaar

Zelfstandige woonruimte – Een woning met eigen voordeur, keuken, badkamer en toilet

Zoekopdracht – Bij een zoekopdracht vraag je een makelaar om de markt af te struinen voor jouw gewenste type pand/woning

JOUW HUIS BINNEN ENKELE DAGEN VERKOPEN?​

Ontvang binnen 24 uur een bieding zonder enige voorbehouden